Een ijsvogel als metafoor voor een kunstenaarsleven. Hans Waanders 1951 - 2001.

Hans Waanders, Geuldal 1994 (foto: Peter Foolen)
“IJsvogel. Leeft van waterinsekten en visjes, die duikend vanaf vaste zitplaats of van de lucht uit worden bemachtigd. Bij het stoten uit de lucht staat hij met snelle vleugelslagen stil in de lucht (‘bidden’). Duikt meteen weer op, als een sterntje. Nest in een zelfgegraven hol in steile oever of zandafgraving, kan vrij ver van het water zijn. Komt in het najaar en de winter ook veel op plaatsen, waar hij niet broedt, aan de zee b.v., hierbij is stellig trek van vrij ver. Lijdt zeer sterk van strenge winters” (uit: Dr. W.H. van Dobben, Wat vliegt daar? 13e druk).

Hans Waanders (Kunstacademie Minerva Groningen, 1972-1977) schildert en etst aanvankelijk minutieuze aquarellen waarin de relatie mens – natuur een grote rol speelt. Tot het moment waarop hij een ijsvogel ziet. Dat is op 4 oktober (HW: “Dierendag, realiseerde ik me later”) 1982 tijdens een fietstocht bij een wiel langs de Maas. Deze ontmoeting bepaalt zijn verdere kunstenaarsleven. Sindsdien is de ijsvogel voor Waanders een grote inspiratiebron en ordent hij de wereld aan de hand van materiaal over de ijsvogel: “Ik vind de hele kosmos terug in dat ene vogeltje. Je moet je als kunstenaar beperken om vat te krijgen op je omgeving”. Voor Waanders is de ijsvogel een metafoor van zijn leven als kunstenaar. De ijsvogel staat voor vliegen en vallen, voor richting en overleven (kompas) en voor eenzaamheid (blauw) (bron: Tjeu Teeuwen, Alcedo Atthis, Academie Beeldende Kunsten, Maastricht 1995).

Niet alleen is het diertje een metafoor van zijn kunstenaarsleven, het is nog veel persoonlijker. Volgens Waanders leeft de ijsvogel aan de rand van het bestaan, en is daarmee ook een metafoor van Waanders overleving van vele ziektes. Een overleving gesteund door zijn veerkrachtige geest en de liefde van zijn familie. The sighting of this brightly colored little bird diving for fish in a small country pond where myriad waterways are poisoned due to overpopulation and pollution presented him with a quest, a romance, and sense of adventure-possibilities, survival, fright, and fall. Hans marveled at his hero who could hover without wind. Waanders: "All other birds need wind” (bron: In Memoriam: Hans Waanders 1951-2001, Karen Davidson, Edinburgh, Umbrella 2001).

Fragment uit: Fishing Perches (Pont La Vue Press 1999)



Fragmenten uit: Perches (2001)
Het is bekend dat de ijsvogel de hele dag op een favoriete tak boven een rivier zit om van daaruit naar vis te duiken. Om het diertje te helpen overleven steekt Waanders af en toe een tak in de oever. De foto’s die hij daar van maakt en documenteert vormen de basis van kunstenaarsboeken als bijvoorbeeld Perches (i.s.m. Tjeu Teeuwen, Morning Star Edinburgh etc. 2001 oplage 500). Hierin staan foto’s van de takken die hij in allerlei rivieren, stroompjes en beken in Nederland, Frankrijk, Duitsland, België, Engeland en Schotland plaatste. De Schotse kunstenaar en goede vriend Alec Finlay, die ook de inleiding in deze uitgave heeft geschreven, zegt hierover: “The work of sculpture that I love above all others is my friend Hans Waanders’ ‘perches’. All of Hans’ work was concerned with kingfishers, in some way or other. Near the end of his life he began a series of pieces, of perches, where he would place a broken stick into a riverbank as a perch for a kingfisher to land on and hunt from. They went into rivers wherever Hans went, especially in places at the edges of the kingfishers’ natural habitat, and he photographed them. Of course, most of these sculptures only lasted a few days, some perhaps a month or two, but for me they poeticized the whole river, all rivers. They became a place for the encounter Hans invoked. I’m happy that there’s a kingfisher I see quite often, darting up and down the little tidal river under my studio window. (bron: interview met Susan Tichy).

Om alles over deze schuwe en solitair levende vogel te weten te komen raadpleegt Waanders alle mogelijke bronnen in de wereld. Op grote vellen noteert hij de verzamelde informatie over de ijsvogel en bundelt die in het werk ‘Orde: Coraciiformes – Familie: Alcedinidae’. Volgens ontwerper en schrijver Tjeu Teeuwen is Waanders ervan overtuigd dat het verzamelen en verwerken van alle informatie leidt tot een zodanige kennis van de ijsvogel dat diens gedrag voorspelbaar zou worden en dat de plaats van zijn verschijnen aan hem bekend zou worden (bron: Alcedo Atthis Academie Beeldende Kunsten, Maastricht 1995). “Het is geen obsessie”, zegt Waanders. “Het is toeval. Het had ook een groene specht kunnen zijn. En mijn zoektocht kan van de ene op de andere dag afgelopen zijn”.
Ieder detail over de ijsvogel zorgt voor nieuwe ideeën, invallen en associaties. Waanders werkt met uiteenlopende technieken, zoals geschreven teksten, kleurpotlood, collages, kunstenaarsboeken, zeefdruk en de stempeltechniek. Hij citeert bijvoorbeeld de omschrijving uit vakliteratuur: “Vliegt met snorrende vleugelslagen in snelle vlucht laag over water” en drukt die af in een van zijn vele kunstboeken. Uit ruim 600 gummetjes snijdt hij verschillende stempels met afbeeldingen van de ijsvogel. Hiermee worden bijvoorbeeld vogelgidsen bestempeld: alle afgebeelde vogels krijgen een blauwe ijsvogelstempel, behalve natuurlijk de ijsvogel zelf. Door de rituele handeling van de herhaling heeft het stempelen hierbij een bezwerende functie. “Hans hand-stamped a frenzy of blue kingfishers over all the other birds in the many found field guides that he made. A territorial action, the kingfisher colonizes pages in a methodical takeover. System fights system in this quiet invasion. Hunting through the books to discover the untouched illustrations of the kingfisher mimics the real life preoccupation of the artist in his search for the next glimpse of this bird” (Jenny Browning, The Field Guides of Ram Waders, Airedale, Amble sick, 2001).

Fragmenten uit: Wat vliegt daar? (1995)

Een aantal voorbeelden van gestempelde vogelgidsen zijn: Wat vliegt daar? (1994-1995 oplage onbekend ges./gen.), Zo leer je vogels kennen (1995), Highveld Birds (1998 oplage 2 gen./ges.), The Lomond Guide to Birds (1998 oplage 1 ges.), Vogels van bos en heide (1998 oplage 1 ges.), A Field Guide to the Birds of South-East Asia (1998 oplage 1 gen./ges.), Tropische zaadetende vogels (1998 oplage 3 gen./ges.), Ocean birds (1999) en Our South African Birds (2001 oplage 1 ges.).
 
Waanders beschikt over een schat aan uitdrukkingsmogelijkheden. Toch kiest hij vaak voor het medium kunstboek omdat de kenmerken daarvan zijn ideeën het beste kunnen waarmaken. Een medium ook dat een bijzondere één-op-één relatie schept tussen de kunstenaar en zijn publiek. Er zijn 177 kunstenaarsboeken uitgegeven. Kunstenaarsboeken over de kleur (Colour 1996 oplage 25 gen./ges.), de grootte (Length, 1996 oplage 25 gen./ges.), het aantal eieren (Clutch, 1998 oplage 25 gen./ges.), het geluid (Voice, 1995 oplage 25 gen./ges.) en de lengte van de broedtunnel. Uitgaven waarin de ijsvogel een belangrijke rol speelt, maar ook een reisverslag, een boek over water (Vijftien maal water, 1987 oplage 50 gen./ges.) en een boek als gids. De uitgaven zijn onder meer aangekocht door het Van Abbemuseum in Eindhoven, Museum of Modern Art in New York, de Tate Gallery in Londen en het Centre Pompidou in Parijs.Waanders zei ooit eens: “Verzamelen is herhalen. Herhalen wordt tot rituele handeling – is methode om iets (een gebeurtenis) af te dwingen” (bron: Verzamelde Werken, 1992). Er is een nauwe relatie tussen de kunstenaarsboeken van Waanders en het begrip verzamelen. Zijn kunstenaarsboeken lenen zich bij uitstek voor het bijeenbrengen van gegevens en van objecten in de vorm van origineel werk en reproducties. De opeenvolging van een aantal pagina’s maakt het mogelijk alle stukken uit een serie te vergaren, te identificeren, te classificeren en te bewaren, zoals men ze in laden, dozen of mappen zou opbergen.

Het werk van Waanders heeft een duidelijk conceptueel karakter. De belangstelling voor het landschap deelt hij met de land-art kunstenaars als Hamish Fulton en Richard Long. Voor Waanders is het landschap in de eerste plaats een voorwaarde voor de mogelijke verschijning en aanwezigheid van de ijsvogel. Waanders fotografeert zichzelf met een wit T-shirt waarop de Latijnse naam Alcedo atthis staat. Hij neemt die opnamen in IJsland, Portugal en Schotland, in een landschap op plaatsen waar zich de grenzen van het territorium bevinden.



Fragmenten uit: Edinburgh Kingfishers (Pont La Vue Press 1999)
Om een goede indruk te krijgen van de variatie van onderwerpen die zijn vastgelegd in Waanders kunstenaarsboeken, zijn er hieronder een aantal met beschrijvingen weergegeven (bron: Alcedo Atthis 1995, Van Abbemuseum Eindhoven en Johan Deumens Gallery).

Kingfishers & Queens (1987 oplage 10 gen./ges.). Hierin is sprake van een taalkundige uitbreiding van de ijsvogel wanneer Waanders aandacht besteedt aan de overeenkomsten en verschillen tussen ijsvogels en koninginnen.
In search of blue. Tekeningen van blauw langs de maas 1983-1987 (1988 oplage 25 gen./ges.). Boek dat aandacht besteedt aan blauwe vormen, “zoals gezien op schepen op de Maas”, ontstaan rond 1983.
Wiel. Tekeningen 1983-1987 (oplage 50 gen./ges.). Boek over het wiel, de derde plaats waar de kunstenaar een ijsvogel waarnam.
A travel survival kit (1989 oplage 25 gen./ges.) “Een gids om waar dan ook te kunnen overleven, met kaarten, overzichten en de naam van de ijsvogel in meer dan vijftig talen”.
Mobile : Easy-to-make card sculptures (1991 oplage 25 gen./ges.). Boekje voorzien van twee bouwplaten.
Blue catalogus (1991 oplage 11 gen./ges.). Een serie postzegelcatalogi waarbij de afbeeldingen van de vogelpostzegels uit diverse landen alle werden voorzien van het stempel van de ijsvogel.
Blue Queens (1992). Boekje met postzegels van de Engelse koningin voorzien van stempels met ijsvogels in blauw.
Gagarin (1992 oplage 25 gen./ges.). Een uitgave waarin een studie is weergegeven naar de kosmonaut Gagarin als matafoor voor het vliegen.
Kingfisher album – The Parts (1992 oplage 15 gen./ges). Uitgave met postzegelbladen, voorzien van met de hand gestempelde zegels.
Picture Index (1994 oplage 30 gen./ges.). “A remake of an Asian prediction guide, with many little pictures. Many of them are transformed with kingfisher elements, some even have got a blue kingfisher stamp” (citaat: Waanders).
Inimicus – Praeda (1994 oplage 30 gen./ges.). In dit boek wordt de ijsvogel beschreven in termen van vrienden en vijanden. Onder de vijanden bevindt zich ook de Homo sapiens, met enige ironie afgebeeld als de beroemde Denker van Auguste Rodin.
Atlas (1994 oplage 25 gen./ges.). All regions kingfishers can be found, including the voices of these kingfisher species. It varies from one until twenty different voices.
Dictionary (1996 oplage 50 gen./ges.). A new dictionary with on each page the description of the Kingfisher, in many languages.
Dagger (1997 oplage 25 gen./ges.). 86 handmade and handprinted images of dagger-shaped bills of kingfishers. Including a list of 86 handbooks showing the shape of the kingfisher’s bill.
A Conversation / Een gesprek (1998 oplage 60 leporello incl. CD). A conversation by e-mail between an American and a European kingfisher. Black sonograms and two maps, photocopy. Two handprinted stamps (of an American and a European Kingfisher), on yellowish paper.
Edinburgh Kingfishers (Pont La Vue Press, New York 1999). Photographs of the word "Kingfisher" and its respective vicinity as found in Edinburgh.

Overzichten van kunstenaarsboeken die op internet zijn te raadplegen zijn:





Fragment uit: Small Publishers Fair (2012)
De Eindhovense ontwerper Peter Foolen heeft veel met Waanders samengewerkt. Voor de tentoonstelling van Waanders bij Peninsula in 1993 te Eindhoven ontwerpt hij het affiche. In hetzelfde jaar geeft Foolen een print van de zeefdruk ‘Signals’ uit in een oplage van 10 stuks. Deze print is door Waanders ingekleurd met aquarelverf. In 1995 is er in de Academie van Maastricht een kleine tentoonstelling ‘Alcedo Atthis’, georganiseerd en ingericht door Foolen en Waanders. In de periode 17 januari 1997 tot 1 februari 1997 ontvangt Foolen van Waanders iedere dag een ansichtkaart met zijn ijsvogelstempel en volgeplakt met de door hem ontworpen postzegels.In november 2012 heeft Peter Foolen ‘Hans Waanders – Small Publishers Fair 2012’, in een oplage van 125 uitgegeven. Dit, ter gelegenheid van een tentoonstelling van werk van Waanders op deze Fair te Londen. In dit boekje zijn 10 originele ijsvogelstempels, en een prachtig gedicht van Alec Finlay opgenomen:
Alcedo atthis
To the last
Hans stamped
a Sharp eye

every day
blue gave way
to emptiness
Sinds het overlijden van Waanders in 2001, ontfermt de Stichting Hans Waanders zich over de artistieke nalatenschap. Dit, om het werk te behouden en het in de juiste samenhang aan een breder publiek te kunnen tonen, op een wijze die recht doet aan het belang van zijn werk en zijn unieke kunstenaarschap. Een statement van galeriehouder Johan Deumens benadrukt nog eens het belang van zijn kunstenaarschap: “Upon his demise in 2001 Hans Waanders left behind an oeuvre of inestimable value. His estate is a universe on its own, an admirable and miraculous attempt to appropriate the kingfishers' life. He published more than 200 books, many prints, countless stamps and multiples. It has been his wish to continue showing and offering his work to the world”.

Dit verhaal over Hans Waanders wordt opgedragen ter nagedachtenis aan mijn broer Joan (1963-2008). Hij was een groot natuur- en vogelliefhebber: Macro-Natuurfotografie Haren en Omstreken. Samen met hem heb ik op 11 april 1979 voor het eerst een ijsvogel gezien op Schiermonnikoog. Het was die dag heel zonnig en 16 graden. Een notitie uit het vogeldagboek: "Felle blauwe kleur en wat rood, doortrek richting Scandinavië”.

Overzicht van een aantal kunstenaarsboeken van Hans Waanders (foto: Johan Deumens)

Als redacteur en producent optreden: Frank van der Stok

 
Frank van der Stok is kunsthistoricus. Zijn favoriete bezigheid is als redacteur en producent optreden van kunstboeken, evenals lesgeven en lezingen geven. Met enthousiasme overdragen van ervaring, kennis en inzicht aan anderen is voor hem plezierig werken. “Wat ik nóg meer zou willen is adviseren - in de ruimste zin. Dat is ook: keuzes maken, keuzes leren maken, weloverwogen, beargumenteerd en constructief”. Van der Stok studeerde van ’87 - ’93 kunstgeschiedenis in Leiden, met als specialisatie fotografie. Vanaf zijn tweede studiejaar werkte hij als jonggediende bij Fotomania te Rotterdam. Dit was een non-profit galerie met geestverwante ambitieuze kunsthistorici die fotografie meer in de vaart der volkeren wilden brengen als volwaardige kunstvorm. Toen die missie in 2000 geslaagd werd bevonden is Fotomania opgeheven.

Bij Fotomania kwam Van der Stoks‘ passie voor het(kunstenaars)boek tot uiting met het samenstellen van een boekje (met overzichtswerk) van Paul den Hollander, in 1992. Van der Stok was toen student kunstgeschiedenis en was gevraagd een tekst te schrijven en samen met Den Hollander de beeldredactie te doen. Geen kunstenaarsboek pur sang, maar wel de eerste serieuze aangelenheid om keuzes te laten voortvloeien uit redactionele afwegingen (het eigenlijke editen). Kort daarop maakte Van der Stok voor Museum De Commanderie van St. Jan te Nijmegen (nu de Valkhof) de tentoonstelling ‘Vrij Spel’ met 8 Nederlandse fotografen die hij belangrijk vond voor het tijdvak 1970-1990.

Voor Van der Stok kent pure schoonheid twee gedaanten: direct aansprekende schoonheid in de zin van esthetiek (zijn gevoeligheden in de omgeving waarin hij leeft heeft alles te maken met een zekere schoonheidsbeleving) en in indirecte zin, bijvoorbeeld bij de manier waarop conceptuele kunst indirect een schoonheidsbeleving met zich meebrengt als idee of begrip. “Ik hang geen stijl of stroming aan, maar ben het meest gesteld op die kunstuitingen die sterk georiënteerd zijn op reflectie en beschouwelijkheid, ter verscherping van het (kritisch) bewustzijn en het zelfbewustzijn”.

Bij meerdere publicaties waarbij Van der Stok is betrokken werd gevonden beeld of archiefbeeld uit zijn oorspronkelijke context gehaald en in een nieuwe context en beeldvorm geplaatst. In Nederland zijn we in een betrekkelijk vroeg stadium aangehaakt bij internationale ontwikkelingen rondom found-footage. Volgens Van der Stok speelt die belangstelling vanaf het begin van de jaren negentig, met kunstenaars/fotografen Hans-Peter Feldmann, Julian Germain, Larry Sultan, Joachim Schmid en Richard Prince - om er een paar te noemen. Wellicht in Nederland aangezwengeld door Aarsman en Van der Meer en mede dankzij aandacht vanuit de fotografieafdeling van de Rietveld Academie voor Gerard Fieret, To Sang e.a. (de belangstelling voor amateurfotografie, de snapshot, de ‘vernacular’). hebben we in retrospectief bezien zeker wel wat aangezwengeld en bijgedragen aan internationale ontwikkelingen”.

Reader "the past in the present"
Samenstelling: Frank van der Stok (uitgave: AKV St. Joost)
Van der Stok is mede-initiatiefnemer van het kunstprogramma ‘The Past in the Present’, dat bestaat uit tentoonstellingen, publicaties, lezingen en debatten. ‘The Past in the Present’ onderzoekt de wijze waarop de representatie van het verleden wordt verbeeld. Het oorspronkelijke doel was vooral om de discussie over de betekenis van archiefbeeld en found-footage binnen een verscheidenheid aan kunstvormen te bevorderen. In de loop der jaren echter, is het accent verschoven naar een bredere analyse van voorstellingen over de geschiedenis. Van der Stok: “Toen Flip Bool en ik eind jaren ’90 dit programma opstartten voelden we ons heel erg geroepen om kunstenaars die we bewonderden uit te nodigen om over hun werk te vertellen (en meer). Sprekers waren Hans-Peter Feldmann, Julian Germain, Larry Sultan, Lewis Baltz, Mark Klett, David Claerbout e.a. als nog betrekkelijk onbekende grootheden aan het kunstfirmament. Vooral Hans-Peter Feldmann was groots in zijn beweging, maar ook Martin Parr droeg zijn steentje bij. Kort daarop volgde de ‘school’ van Erik Kessel alias KesselsKramer. Die heeft onmiskenbaar interessante dingen toegevoegd, waaronder de reeks ‘In almost every picture...’. Maar de Kesselskramer-moeheid sloeg snel toe; “Ik ben er eigenlijk wel op uitgekeken”. Sommige kunstenaars echter hielden zich bezig met het bevragen van geschiedenis zonder dat ze daar per se ‘plaatjes’ bij benodigd hadden. Die gingen Flip en ik ook dan ook steeds meer naar voren halen. Bedachtzame kunstenaars vaak, wars van fotografische modegrillen, zoals Gert Jan Kocken, Zachary Formwalt en Roy Villevoye & Jan Dietvorst die zich op een betekenisvolle manier tot de geschiedenis verhouden en ook een actieve rol (terug)geven aan de toeschouwer. Questioning History was de culminatie van die ‘afkeer’ van het plaatjesniveau van veel hergebruikte fotografie, met de bedoeling meer naar de ‘verbeelding’ op te trekken dan naar de ‘afbeelding’.

Volgens Van der Stok heeft Nederland drie belangrijke karakteristieken binnen de kunstwereld: een bijzondere documentaire traditie, een onderscheidende vormgevingscultuur en een gunstig subsidieklimaat. Denk aan Ed van der Elsken of aan de andere kant Cas Oorthuys. In de vormgeving natuurlijk Piet Zwart en Paul Schuitema, Wim Crouwel, Karel Martens, Jan van Toorn, Irma Boom en Mevis & Van Deursen. Van der Stok: “Ik weet dat bij het Mondriaan Fonds stemmen waren opgegaan om na de afschaffing van de publicatiesubsidies eventueel fotografen daarvan uit te zonderen. Vooral de ‘verhalenvertellers’ onder de fotografen (die ook geen podium meer hebben via de gedrukte media, omdat die te kort van stof zijn en te vluchtig) hebben veel baat bij een specifieke editing, vanwege het vaak seriematige karakter van hun reportages of anders wel vanwege de redactionele wijze waarop beeld, tekst en vormgeving optimaal bij elkaar komen en alleen op deze wijze hun verhaal kunnen vertellen”.

Twee voorbeelden van documentaire fotografie waarbij Van der Stok als redacteur en producent heeft opgetreden zijn ‘Broedplaats’ van Paul Bogaers, en ‘Shelter’ van Henk Wildschut. ‘Shelter’ is sociaal geëngageerde documentaire fotografie met een kunstzinnige inslag. ‘Broedplaats’ is kunstzinnige fotografie met een documentaire inslag. Maar bij beide boeken is veel te zeggen over de rol van concept, editing en vormgeving die beide boeken een belangrijke toegevoegde waarde verleent. Voor Van der Stok is goede documentaire een kwestie van uitgesproken auteurschap, waarbij een interessante invalshoek en zienswijze het onderwerp op een betekenisvolle manier uitdiept en in perspectief plaatst.

Van der Stok ziet een publicatie als een voorbeeldige manier om het (project)werk van een kunstenaar op een samenhangende manier naar buiten te brengen. De kracht van het boek is een sterk gecondenseerde vorm van presentatie. Een boek vraagt vanwege haar verdichting, haar zorgvuldigheid en (sequentiële) ordeningscriteria om zoveel zorg, toewijding en aandacht dat het een bijzonder creatief ontwikkelingsproces is. Bovendien heeft een boek substantie: inhoud van enige omvang, diepgang en samenhang. Van der Stok: “Je kunt het tot op zekere hoogte afzetten tegen de tentoonstellingspraktijk, die kortdurend, kostenverslindend, eenmalig en locatiegebonden is, en in die zin aanmerkelijk vluchtiger is. Het gevoel van ‘voorbijgaande aard’ hangt niet aan een boek: die kun je altijd onder je (eigen) ideale omstandigheden tevoorschijn pakken en van voren naar achter lezen en van achter weer naar voren. Om maar te zwijgen over de rol van een tekstbijdrage of de toegevoegde waarde van de vormgeving, die je lang niet altijd bij een tentoonstelling hebt. Ruimtelijk werk en/of audiovisueel werk daarentegen kan soms niet altijd goed overkomen in boekvorm, hoewel ook daar e.e.a van voelbaar is te maken”.

Van der Stok is vooral een editor. Een editor is iemand die verantwoordelijk is voor de verwerking, bewerking en/of samenstelling van beeld- en/of geluidsmateriaal tot een product dat geschikt is voor publicatie. Volgens Van der Stok vraagt elke creatieve schepping om redactie. “Er zijn zeer weinigen in staat om zich aan een te subjectieve kijk op de dingen te onttrekken. Het is zoiets als blind staren. Ik kan op geen enkele manier precies aangeven wat redactie plegen precies inhoudt, maar laten we zeggen, de gave om dingen op te merken, (kritisch) uiteen te kunnen zetten, en vervolgens te kunnen omzetten in de vorm van een weloverwogen, kritisch en constructief advies. Maar dat is deel van een heel delicaat samenwerkingsproces, waarbij de maker en de vormgever goed moeten kunnen omgaan met opbouwende kritiek, of de argumentatie om een voorgestelde edit of sequencing op een bepaalde manier te doen, te begrijpen. En omgedraaid moet ik dat - als klankbord - ook weer zijn. Maar als de kunstenaar niet ervoor openstaat ‘to kill his darlings’ omwille van de samenhang, is dat al problematisch. En goed editen betekent ook met nadruk niet een ‘consensus vinden’, maar een heel goed te motiveren edit beiden volledig kunnen onderschrijven en legitimeren. Elke rotte appel valt op. Alles moet goed zijn en alles moet kloppen. In een boek met 50 beelden, waar er één niet goed werkt heb je al een verlies van 10% te pakken - bij wijze van spreken. Het is altijd én én. Veel makers kunnen blijven steken in het enthousiasme voor een inhoudelijk idee, maar hebben onvoldoende nagedacht over de vorm, waarin die inhoud verpakt moet worden. Het gaat om die versterkende toegevoegde waarde; én én. Nogmaals: een goed boek bestaat bij de gratie van het weloverwogen maken van keuzes op alle niveaus, die allemaal op de best mogelijke manier op elkaar moeten inwerken. Het klinkt als een open deur, dat is het ook, maar het klopt het wel!”

De combinatie (beeld)editor en producent is in Nederland niet zo’n veel voorkomende rol. De dubbelrol redactie/productie dekt volgens Van der Stok nog altijd onvoldoende de lading, maar geeft volgens hem wel het beste aan wat het nu ongeveer is. Het is de verwevenheid van inhoud en vorm die een belangrijke meerwaarde heeft voor een met aandacht, zorg en toewijding samengesteld boek. De betrokkenheid is dus ‘all-round’; zowel zakelijk als inhoudelijk in wisselende verhoudingen en altijd in nauwe samenspraak met maker, ontwerper en (in mindere mate) met de uitgever. In het kader hiervan geeft Van der Stok ter verduidelijking een opsomming van wat hij zoal doet:

- discussiëren over de vraag of het project ‘boekwaardig’ is (bijstelling vaak nodig)
- concept, redactionele opzet en een format bedenken in lijn met de aard en uitgangspunten van het werk
- een uitgeefplan ontwikkelen
- een longlist met uitgevers opstellen, onderzoek doen naar wat de shortlist wordt
- een shortlist uitgevers benaderen, net zo lang tot de geschikte is gestrikt
- idem dito voor wat betreft de vormgever
- subsidieaanvragen (helpen) schrijven, redigeren, aanscherpen
- de bijbehorende calculaties opstellen en uitwerken
- optreden als beeldredacteur
- optreden als tekstredacteur
- optreden als begeleider, aanjager en coördinator
- nevenactiviteiten bedenken/opzetten voor rondom de boekpresentatie
- tekst schrijven (voorwoord, persbericht etc.)
- nazorg
 
“Deze rol zie je bijna nergens voorkomen, in ieder geval niet zozeer de combinatierol. In die zin denk ik in deze gevallen een katalyserende sleutelrol te hebben, omdat anders dingen niet tot stand zouden zijn gekomen, of in ieder geval niet met die ‘meerwaarde’... Waarom? Omdat de ‘gap’ tussen uitgever en kunstenaar te groot is, dan ben ik als redacteur/producent tegelijk initiatiefnemer die als een bemiddelaar matched en alle processen optimaliseert”. Ik zie dat de tandem vormgever - maker niet per se altijd het optimale resultaat oplevert, zowel in proces als in eindresultaat.
 
Een boek heeft voor Van der Stok pas iets substantieels als het uitnodigt om je er keer op keer in te willen verdiepen. Als de lagen, relaties en dwarsverbanden zich niet zomaar prijsgeven als in ‘what you see is what you get’. Als inhoudelijkheden zich telkens weer als nieuw aan je kunnen aandienen wanneer je het boek openslaat. Als er een vorm van onderzoek en experiment uit spreekt, waarvan de werking altijd weer tot nieuwe invalshoeken, verbanden of inzichten leidt. Als de meerduidigheid regeert. Noem het een vorm van geslaagd essayisme.
 



Fragment uit: "Haphazard"
Bij de kunstenaarsboeken ‘Haphazard’ van Ellert Haitjema en ‘Upset Down’ van Paul Bogaers wordt geëxperimenteerd met de boekvorm. Zit het in ‘Haphazard’ o.a. in het bindwerk, bij ‘Upset Down’ draait het om de radicale lay-out. Vóór alles geldt: het is altijd een samenwerking tussen de kunstenaar en de editor, waarbij je elkaar ontzettend scherp kan houden en waar het vrij staat om altijd te blijven ‘schieten’, het voorlopige ontwerp of concept te bedenken, maar ook meteen weer te bevragen, en altijd i.h.k.v. proces de dingen stap na stap oppakt, bekijkt, herziet, weglegt, oppakt, weer fris bekijkt, herziet, weglegt, oppakt etc. Een waar proces. Van der Stok: “Heel soms weet je voor jezelf best welke belangrijke beslissingen ‘op jouw conto’ zijn te schrijven, maar opnieuw, daar gaat het feitelijk niet om: het gaat uiteindelijk altijd om het klimaat waarbinnen dit gebeurt. Dat klimaat waarbinnen het werkproces zich kan voltrekken laat zich kenmerken als kritisch, urgent en open-minded. Zodra je daarin evenwicht hebt gevonden met de kunstenaar en vormgever en je bent scherp en geduldig, dan komt daar altijd wat goeds uit en dat is dan uiteindelijk een haast onontwarbaar proces van scheppen, afbreken en herscheppen. Daar bouw je een ontzettend solide geheel mee”.
 

Uitgevouwen omslag "Shelter"
In het kunstenaarsboek ’Shelter’ van Henk Wildschut, is de ambivalentie, zo niet de vertwijfeling van de maker zelf in het boek prachtig tot uitdrukking gebracht: de schoonheid van de shelters in strijd met het humanitaire conflict dat eraan ten grondslag ligt. Dat zijn moreel lastig te verenigen begrippen: esthetiek vs. engagement.
 
Volgens Van der Stok is ‘Haphazard’ ook een typisch kunstenaarsboek. Er is begonnen met een stapeltje schimmige en ‘poor quality’ snapshots, die Ellert Haitjema had gemaakt van provisorische gebruiksvoorwerpen in de wijde zone rondom de Mediterranee. In eerste instantie was er niet van een boek uitgegaan, maar dat is het uiteindelijk toch geworden. Een boek met meerdere (‘conceptuele’) belevingslagen: de provisorische gebruiksvoorwerpen, de mix met sculpturen van Ellert en ook nog met een interventielaag eraan toegevoegd (bewerkte foto’s). Door te kiezen voor een bijzondere format (het Indiase kasboek in rolvorm, zonder rug) en door beelden van verschillende grootheden door elkaar heen te groeperen op vorm, functie en inhoud - per spread, maar ook in een vloeiende sequentie - kwam het boekproject na drie jaar vallen en opstaan tot een uitgekristalliseerd eindresultaat.
 
Van der Stok werkt graag samen met fotografen, maar zijn hart ligt bij de beeldende kunst. Zijn beweging is daarom - als het er op aan komt - meer richting beeldende kunst dan de fotografie, ook al lijkt zijn professionele profiel de andere kant op te wijzen. De meeste lens-based kunstenaars met wie hij graag samenwerkt, denken niet op de eerste plaats vanuit een fotografisch idioom en zijn in die zin eerder als kunstenaars dan als fotograaf te kwalificeren. Van der Stok geeft toe: “In de documentaire sfeer is het soms wat problematisch, maar hier gaat het vooral om de verhouding tussen aan de ene kant de informatiewaarde van de fotografie en aan de andere kant over auteurschap, visie en engagement die in wisselende verhoudingen de totale inhoud vormen. In mijn geval blijk ik vaak voorkeur te hebben voor fotoprojecten die sterk overhellen naar de ‘kunstkant’ - tussen de polen journalistiek en kunst”.
 
Van der Stok heeft veel met Elspeth Diederix samengewerkt: ‘Things – as they are’, ‘Super Natural’, ‘Doride/Ultramarine’. In 1999 kwam hij voor het eerst in aanraking met haar werk. “Toen werkte ik net bij Solar en kon haar er al snel toe bewegen ook incidenteel in opdracht te werken. In 2002 of 2003 verstrekte ik haar (namens vermogende verzamelaars) een opdracht voor ‘Super Natural’ en toen was de basis al dik gelegd. Ik hou van haar werk, omdat het zo voor zichzelf spreekt. Het is wat het is (en dat is natuurlijk een prettig soort magische realiteit of surrealiteit), die het kijken naar het alledaagse nog eens verscherpt. Zij is een van de weinige (foto)kunstenaars die van het bijzondere naar het algemene weet te kijken, en niet andersom, zoals bij vrijwel alle anderen.”
 
"Broedplaats" met 4 bijbehorende boekjes als inserts.



Fragmenten uit: "Broedplaats"
Een prachtig voorbeeld van zijn samenwerking met een kunstenaar waarbij beeldredactie, redactie en productie heel mooi samenkomt, is met Paul Bogaers (‘Upset Down’ en ‘Broedplaats’). Van der Stok werkte van 1990-2000 als staflid in Galerie Fotomania, Rotterdam. Bogaers was aan deze galerie verbonden. Daar hadden Bogaers en van der Stok een zeer hecht contact en een vriendschap opgebouwd. Na 2000 kwamen er twee boekprojecten voort uit deze samenwerking. De eerste was een opdracht namens Flip Bool en Van der Stok om in het kader van ‘The Past in the Present’ een tentoonstellingsproject ten uitvoer te brengen, waarvoor zij een thema paraat hadden, namelijk het voormalige natuureiland ‘De Beer’. Een opdracht voor een tentoonstelling, maar voor hen (bijna) vanzelfsprekend één die het niet zou kunnen stellen zonder boek. Zo hebben Bogaers en Van der Stok met ontwerper René Put een boek tot ontwikkeling gebracht met een geheel eigen dynamiek. Van der Stok: “Eigenlijk kwam de tentoonstelling uit het boek voort. Bijzonder aan het project is dat heden (Europoort) en verleden (Vogeleiland) compleet verschillend zijn en er in het heden in principe niets meer van dat verleden terug te vinden is (te midden van grote olietanks en bedrijven op een onmetelijk groot terrein van 5 meter hoog opgespoten zand, bovenop voormalig vogeleiland ‘De Beer’). Niks voor Paul eigenlijk die in zo’n geval liever op zoek gaat naar weemoedige sporen van het verleden. Hij had bijna de opdracht teruggegeven (met het idee dat hij alleen maar een historisch beeld tegenover het moderne kon plaatsen), totdat hem ging dagen dat hij ook de volhardende ‘continuïteit’ van de natuur als spoor zou kunnen volgen. De natuur blijft gewoon doorgaan, ondanks ingrijpende veranderingen. Daar kwam het bijzondere boek ‘Broedplaats’ uit voort, met insertboekjes vanuit een beeldredactionele opzet die alleen in boekvorm werkt - met een verwarrend tijdsbegrip als één van de ingrediënten.
 



Fragmenten uit: "Upset Down"
Aan het andere boek ‘Upset Down’ ligt een prachtig proces ten grondslag: mede onder invloed van de roep om zichtbaarheid in een enigszins verstilde praktijk gingen Bogaers en Van der Stok samenwerken in het atelier; er moest een prachtig retrospectief uit rollen. Maar hoe langer er over werd nagedacht, hoe meer er werd gemeend dat dit saai en overbodig zou worden en vooral: niet urgent. Er werd niet letterlijk op zoek gegaan naar een concept, maar het boek zou iets bijzonders en onderscheidends moeten krijgen. Er werd door het archief van Bogaers gespit en beiden kwamen er na lang kijken, wikken en wegen achter dat heel veel van diens foto’s geen horizon bevatten. Daardoor ontstond het idee voor het surreële mechanisme van de omdraaiing; op elke spread staat het linkerbeeld op zijn kop. Zonder oriëntatiepunten en het gevoel van zwaartekracht ontstaat er steeds een heel nieuw beeld. Van der Stok: “We hebben allebei veel met de patafysica, dus we gingen het idee tot in het extreme doorvoeren. Let wel: het boek bevat drie editings. Die a. van de dubbelbeelden/spreads, dan b. van de heenweg (de rechterpagina) en dan, na kering van het boek c. van de terugweg (wederom de rechterpagina). In tweede en derde instantie geeft dat problemen met de editing omdat de combinatiebeelden natuurlijk al aan elkaar gefixeerd zaten. En we wilden uiteraard geen genoegen nemen met een boek waar we gewoon ‘random’ interessante combinatiebeelden achter elkaar zouden laten opvolgen, maar wilden echt een op verschillende manieren leesbaar boek. Feitelijk is de opeenvolging van de rechterpagina (heen- en na kering weer terug) in redactioneel opzicht leading, hoewel de visuele aantrekkingskracht en werking van het boek juist grotendeels leunt op de combinatiebeelden”. Vele dagen hebben zij samen gekeken, gewogen, gekozen, herschikt. En het heeft lang geduurd voordat het toch werd aangedurfd om een heen- en terugreis op te nemen in plaats van een 100% optima forma omdraaibaar boek, waarin alles evenwaardig zou zijn - zonder begin en einde. Belangrijk selectiecriterium voor de beelden was de vraag of het niet teveel eruit zou komen te zien als een simpelweg omgedraaid beeld. Portretmatige beelden, of beelden waar de verhouding hemel-aarde een te grote rol zou spelen zijn weggezuiverd, omdat het dan een te makkelijk maar ook niet werkbaar trucje wordt. Van der Stok vervolgt: “Het beeld moet, liefst ook in combinatie, een nieuw soort vervreemding opleveren, die op de een of andere manier nog denkbaar of geloofwaardig is. Beeld dat het niveau van ‘leuk, maar het enige dat het doet is dat ie op z’n kop staat’ is dus taboe geweest. We hebben het onszelf niet makkelijk gemaakt”.
 
‘Questioning History’. Waar nodig, gaf Frank van der Stok zelf, tekst en uitleg.
Voor Van der Stok is het een hele interessante vraag én uitdaging hoe een tentoonstellingsconcept zich optimaal vertaalt in een tentoonstellingsruimte en het boek daarbij optimaal op zichzelf staat als boek, waarbij ze significant onderscheidend zijn ten opzichte van elkaar. Hij vindt zelden dat de tentoonstelling iets toevoegt aan een boek of vice versa. Het presenteren van een boek bij een expo, of omgedraaid, is vaak een ‘must’ in kunstenland (dat hoort nu eenmaal bij cultureel ondernemerschap), maar de verhouding tussen de twee is eerder problematisch (het ene illustreert in het slechtste geval het andere) dan dat het leidt tot meer dan de som der delen: het kan soms een beetje afbreuk aan elkaar doen”.
 
Zelf denkt Van der Stok vooral met plezier terug aan de tentoonstelling ‘Questioning History’, in 2008-2009. Een onderdeel van 'The past in the present'. Dit was helemaal zijn ding, ondanks de (ruimtelijke en budgettaire) beperkingen waar hij mee te kampen had in het Nederlands Fotomuseum. Vooral de combinatie met het essayboek maakte het geheel perfect rond. “Het kritisch beschouwende, reflectieve en ondervragende karakter van het onderwerp, is iets waar ik me graag toe verhoud”.
 



Fragmenten uit: "Unfolded"
Het boek ‘Unfolded’ van Maurice Sheltens & Liesbeth Abbenes is zelfs een expositie op zich. Het boekontwerp benadert het concept van de tentoonstelling. De gehele plattegrond van het museum is hierin één op één weergegeven. Voor Van der Stok is dit boek ultiem. “Maurice en Liesbeth nodigden mij uit mee te denken over het tentoonstellingsplan en kort daarop ook m.b.t. het beoogde boek. Ik had al goede ervaringen met Scheltens in relatie tot ons eerdere boek: ‘On Display’. Mede naar aanleiding van hun manier van werken met interessante fotografische wijzen waarop tweedimensionaal en driedimensionaal steeds bij elkaar komen en zich van elkaar verwijderen, kwam ik met het idee om iets te doen met een ruimtelijke zienswijze op werk, zoals dat afwijkt van de directe, frontale reproductie. Dit alles geïnspireerd door Wolfgangs Tillmanns catalogus ‘Lighter’. Scheltens & Abbenes hadden ook al een serie waarvan de presentatiewijze vanuit diagonaal perspectief was. Dus de ontvankelijkheid was er bij hun net zozeer als bij mij, dat was meteen een match. Toen we na rijp beraad de vormgevers Laurenz Brunner en Julia Born uitnodigden hadden we feitelijk het hoofdconcept al helemaal uitgedacht. Zij hebben er evenwel zeer wezenlijke toevoegingen aan gedaan door er op voort te borduren en het idee nader uit te diepen. Zo hebben zij enkele beelden tot sleutelbeelden verheven en kwamen zij met het idee om volgens de techniek van de ‘rendering’ te werken. Ook kozen zij de standpunten/zichtlijnen die corresponderen met een vooropgezet parcours door het museum. Al met al een voorbeeldige manier van samenwerken”.
 
Van der Stok zou graag nog veel kunstenaars aan zijn portfolio willen toevoegen. In ieder geval worden het in de meeste gevallen beeldmakers die niet snel tot de fotografie gerekend zullen worden. Dat sluit dus aan bij de ‘ontwikkeling’ die hij maakt. “Ik ben me aan het orienteren op het tot ontwikkeling brengen van 9 + 1 kunstenaarsboeken over drie jaar heen. In ieder geval staan Martine Stig en Daan Paans op stapel, te presenteren op 13 juni in Foam, met respectievelijk Cauchy Horizons en Letters from Utopia”.

"Als redacteur en producent optreden: Frank van der Stok" is in samenwerking met Frank van der Stok in juni 2013 tot stand gekomen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...